| |

Op 3 december 1211 schonk Arnout Berthout een zestigste van 53 bunder bos aan de abdij van Grimbergen, als getuige trad op o.m. Michiel van Lent. In 1220 wordt in de kerk van Grimbergen een ruil bevestigd tussen Arnout van Meise en de abdij van Grimbergen, getuige hierbij is ridder ( miles) Willem van Lent, waarschijnlijk een broer van Michiel van Lent.
Kort gezegd uit de charters van de abdij van Grimbergen blijkt dat vanaf 1211 tot 1290 achtereenvolgens of gelijktijdig als getuigen bij belangrijke akten optraden de ridders Michiel van Lent, Willem van Lent, zijn zoon Boudewijn en diens zoon Willem II, Adam van Lint en Radulf van Lint, waarschijnlijk een zoon van Willem II.
Uit het cijnsboek van 1307 van het abdijarchief kan men bovendien opmaken dat gezien de cijnzen die de abdij toen aan Willem II van Lint verschuldigd was, de heren van Lint wel een aanzienlijk aantal gronden in hun bezit hadden. 
Maar vanaf de veertiende eeuw wordt het een stuk moeilijker om nog afstammelingen te vinden van deze familie omdat van dan af de schepen van het dorp meestal de akten zelf opmaakten en er minder getuigen optraden zodat het moeilijk is de stamboom van deze familie te vervolledigen. De eigenlijke adellijke stam van deze familie schijnt trouwens verdwenen te zijn in de veertiende eeuw, maar er waren nog wel verdere bloedverwanten die de familienaam van Lint hebben gedragen en het nageslacht hebben voortgezet.
| |