| | 
Jan van Brouchoven
Afbeelding 13
 |
|
Na de dood van Jan Baptist van Brouchoven in 1681 kwam het leengoed, het heerlijke huis en aanhorigheden van het Lintkasteel toe aan zijn zoons, Jan (afbeelding 13), Hyacinth Maria en Nicolaas met uitsluiting van zijn dochters: "Item un quart dans la serge de Linth soub la moyene de Grimberghe, maison de plaisance, cense et terres en dépendantes qui sont fiefs, dans les quels les filles n'ont n'y part, ny legitime." Het hof van Linth wordt hier dus duidelijk als "fief", leengoed bestempeld. In het oude gewoonterecht waren leengoederen aan bijzondere wetgeving onderworpen, die meestal voorzag in een eerstgeboorterecht en uitsluiting van de vrouwen als erfgenamen.  Hyacinth Maria, was in 1680 lid geworden van de Grote Raad van Mechelen en zou in 1692, net als zijn vader, tot raadsheer van de Consejo de Flandres te Madrid worden benoemd.  |
Nicolaas zou later het Lintkasteel kopen, maar op 23 mei 1687 kwam het volledig in handen van Jan (1644-1725), de oudste zoon die voor het huwelijk van Jan Baptist van Brouchoven en Hélène Fourment geboren werd op 9 oktober 1644. Hij zou een van de grootste staatsmannen van zijn tijd worden en slaagde er blijkbaar in zijn onwettige geboorte voor zijn tijdgenoten verborgen te houden, want deze zouden zeker niet nagelaten hebben dit in schimpdichten aan de kaak te stellen.
| |