De heren van Linth, leenmannen van de Berthouts (XIIe - XIIIe eeuw)
De eerste vermeldingen van het Lintkasteel (XIVe en XVe eeuw)
De bloeiperiode (XVe - XVIIe eeuw)
De tweede helft van de XVIIIe eeuw
De heropbloei in de XXe eeuw
Het Lintkasteel De eigenaars en leenheren van het Lintkasteel Een poging tot datering Het Lintkasteel nu Bijlagen en Bibliografie
 
Ook Jan van Brouchoven was, zoals verschillende vorige eigenaars van het Lintkasteel, licentiaat in de rechten, alhoewel niet duidelijk is aan welke universiteit hij dit diploma behaalde.
Hij huwde op 20 december 1672 in de Antwerpse Sint-Jakobskerk Anna Francisca Helman, enige dochter van Filips Helman, heer van Leefdaal, die de baronie van Leefdaal als bruidschat meekreeg. In 1679 verkreeg Jan van Brouchoven de titel van baron van Leefdaal en werd na de dood van zijn vader de tweede graaf van Bergeyck.
Hij verving oorspronkelijk zijn vader als raadsheer en kommies in de Raad van Financiën en werd er na enige tegenkanting ook effectief lid van.

In 1672-73 benoemde Karel II hem tot intendant, een nieuwe functie in de Nederlanden waardoor hij in feite een provinciaal minister van financiën werd over een steeds groter stuk van de Zuidelijke Nederlanden. Hij kreeg steeds belangrijker opdrachten en zijn onderlegdheid in financiële aangelegenheden was zo groot dat wanneer hij in 1687 tot lid van de Consejo de Flandres benoemd werd, de landvoogd zijn bekwame en gewaardeerde medewerker niet naar Madrid liet vertrekken. De koning liet hem trouwens zijn zetel in de Raad van Financiën behouden. In 1688 werd Brouchoven thesaurier-generaal en, dus voorzitter van die raad en bovendien ook lid van de Raad van State.

Als thesaurier-generaal en dus superintendant van het leger, werd hem verweten zich autoritair op te stellen en het bestuur van de Spaanse Nederlanden, bijzonder de financiële administratie, in zijn handen en in die van zijn familie te houden. Ongetwijfeld was zijn machtspositie in de Spaanse Nederlanden in 1691 een onloochenbaar feit. Maar zijn pogingen voor een nieuw "gobierno politico, economico y militar" in de Nederlanden stuitten op onoverkomelijk verzet en hij slaagde er niet in de economische en internationale positie van onze gebieden te verbeteren. Zijn initiatieven voor de oprichting van een Oost-Indische Compagnie en de economische conferentie te Brussel in 1699 om de handel in onze gebieden aan te zwengelen liepen in deze hoogdagen van de protectionistische gedachte op een sisser uit. In 1699 gaf hij ontslag als thesaurier-generaal.

 
Het Lintkasteel, stille getuige van vele eeuwen geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Niets van deze site mag gecopieerd of herbruikt worden zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eigenaar van deze site.
 
Naar vorig hoofdstuk Naar vorige pagina Naar volgende pagina Naar volgend hoofdstuk