De heren van Linth, leenmannen van de Berthouts (XIIe - XIIIe eeuw)
De eerste vermeldingen van het Lintkasteel (XIVe en XVe eeuw)
De bloeiperiode (XVe - XVIIe eeuw)
De tweede helft van de XVIIIe eeuw
De heropbloei in de XXe eeuw
Het Lintkasteel De eigenaars en leenheren van het Lintkasteel Een poging tot datering Het Lintkasteel nu Bijlagen en Bibliografie
 
Nicolaas van Brouchoven en zijn zoon Henricus

Jan van Brouchoven had het geërfde perceel, dat de familie in het kasteel van Lint bezat, binnen het jaar verkocht aan François Lancelot de Gottignies, heer van Den Haag, die ook de percelen daarin kocht van de overige erfgenamen van de Eduart de Berthi. ARB., S.B., 3626: Goedenissen leenhof, (12 november 1688). ARB., A.F. De Brouchoven, 24: Bezittingen te Grimbergen, (5 januari 1689) Amper één jaar en twee maanden later veranderde het kasteel opnieuw van eigenaar. Op 15 november 1689 werd de heerlijkheid , toen ongeveer 31 ha of 23 à 24 bunders groot, verkocht aan Nicolaas van Brouchoven, jongste zoon van Jan-Baptist van Brouchoven en Hélène Fourment. Hij was sinds 1676 griffier van de Raad van Financiën en later buitengewoon lid ervan. In die hoedanigheid bleef hij samenwerken met zijn oudere broer Jan van Brouchoven met wie hij steeds in goede verstandhouding bleef. De Schrijver, o.c., 25 en 320

Nicolaas van Brouchoven nam de kosten van de werken die ondertussen aan de poort en de brug van het neerhof uitgevoerd waren, volledig voor zijn rekening en deed ook de nodige herstellingen aan de waterburcht. Hij had als pachter Jan van Campenhout. Uit de overeenkomsten die de heren van Lint met hun pachters sloten blijkt dat dit geen loontrekkende arbeiders waren maar met hen contracten en dus duidelijke afspraken werden gemaakt. Zo staat vermeld dat Jan van Campenhout op de verkoopdag 59 gulden en 3 stuivers aan de handwerkers betaalde die gedurende 169 uren bomen hadden gerooid en gekapt. Het zagen van de eiken en de populieren planken kostte 17 gulden en 5 stuivers en de handwerkers die tot 1 juni 1690 gedurende 130 en een halve dag het kasteel hadden "gherepareert" ontvingen 45 gulden en 8 stuivers. De metser dronk drie tonnen bier. Twee tonnen ruilde men voor 40 bussels dekroeden. De prijs van de derde ton was vier gulden.
Door Jan van Campenhout werd voor 44 gulden en 6 stuivers vis geleverd: 300 "ravuys", 6 grote karpers, 50 moeken en twee vertels "widst vis". Een kleine hoeveelheid was bestemd voor het huishouden te Brussel. ARB., S.B., 3626: Goedenissen leenhof, (1689-1692). - ARB., A.F. de Brouchoven, 12: Persoonlijke documenten met betrekking tot Nicolaas van Brouchoven, (1689-1701), fol. 187-190V°.
Ook voor Nicolaas van Brouchoven bleef het Lintkasteel een buitenverblijf.

 
Het Lintkasteel, stille getuige van vele eeuwen geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Niets van deze site mag gecopieerd of herbruikt worden zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eigenaar van deze site.
 
Naar vorig hoofdstuk Naar vorige pagina Naar volgende pagina Naar volgend hoofdstuk