| | 
Henricus van Brouchoven ging in 1726 een lening aan van 7000 gulden wisselgeld en gaf de helft van het heerlijk huis van Lint met aanhorigheden hiervoor als onderpand. In de akte van hypotheekstelling wordt het hof de "crieckerije" genoemd en het bos "le bois des aunes." 
Het neerhof met de schuur en de stallingen werden verpacht aan Nicolaas van Campenhout. Zijn vader Jan van Campenhout huurde twee stukken land. Beiden stonden borg voor elkaar. Wanneer in maart 1733 Jan van Campenhout het huurgeld schuldig bleef, werden vader en zoon tot betaling aangemaand. Acht maanden later liet Henricus van Brouchoven beslag leggen op 8 ha 21 a meer en land die toebehoorden aan Nicolaas van Campenhout en zijn vrouw Johanna van Dorsselaar. Na een laatste waarschuwing van de deurwaarder op 3 februari 1734 volgde op 25 februari de openbare verkoop op het kasteel van de inboedel van het pachthof. Uit de lijst van de geveilde goederen kan men opmaken dat het pachthof bestond uit een keuken , een slaapkamer, een kelder, een kleine zolder, een schuur, een wagenhuis, een koestal, een paardenstal en een varkenshok. De veestapel telde 5 koeien, 2 vaarzen en een kalfje, twee paarden en twee biggetjes .
Het land van Grimbergen was nog steeds leengoed mede van de familie Oranje Nassau. Zo kwam het dat in 1734 de toekomstige stadhouder Willem IV van Nederland samen met zijn vrouw Anna, oudste dochter van koning George II van Engeland er een bezoek brachten. Henricus van Brouchoven was ongetwijfeld bij deze feestelijkheden betrokken.
| |