| | 
Filips de Schone stelde Haneton aan als een van zijn testamentuitvoerders. Dit was een blijk van uitzonderlijk vertrouwen. De testamentuitvoerder was een van de instellingen van het gewoonterecht, waarvan de bevoegdheden al vanaf de XIIIe eeuw behoorlijk vastlagen. Hij werd beschouwd als de vertegenwoordiger van de overledene en was belast met de uitbetaling van de legaten daarom had hij het recht alle roerende goederen van de overledene in bezit te nemen. Zo de geldigheid van het testament betwist werd kon hij naar de rechtbank stappen. De functie had nadien - en dus reeds in de tijd van Haneton - meer en meer aan macht en belang gewonnen onder impuls van de Kerk en het canoniek recht; dé grote begunstigden van testamenten waren in die tijd immers de Kerk zelf of haar liefdadige instellingen. De testamentuitvoerder kon ter verantwoording geroepen worden door de landheer of de bisschop.
Maar Haneton werd ook de vertrouweling van de latere Karel V. Deze benoemde hem in 1518 tot eerste secretaris en "audientier". In 1520 werd hij schatbewaarder van de prestigieuze Orde van het Gulden Vlies. Deze orde was in 1429 naar aanleiding van zijn huwelijk met Isabella van Portugal door Filips de Goede gesticht om het katholieke geloof te verspreiden . Karel V stond er na de dood van zijn grootvader Maximiliaan van Oostenrijk aan het hoofd van. De orde was voorbehouden aan de hoge adel. Haneton werd tot ridder geslagen en voerde o.m. de titel van Heer van Lint. Het Lintkasteel besloeg toen met alle aanhorigheden een oppervlakte van ongeveer 20 bunders of 26 ha, 79 a. . Het is niet uitgesloten dat landvoogdes Margaretha of misschien zelfs de jonge Karel het Lintkasteel bezocht hebben.
| |