
Hermes van Wynghene
Geweten is wel dat op 3 maart 1561, dus ongeveer een jaar na de dood van Karel Hanneton, zijn weduwe Maximiliaene Rifflaert de heerlijkheid verkocht aan Hermes van Winghe. Hij was lid van de Geheime Raad en dus een vertrouweling van Filips II.
Deze Hermes van Winghe of van Wynghene werd geboren op het einde van de XVe eeuw. Ook hij was jurist. Hij was professor aan de universiteit van Leuven, waar hij de Instituten doceerde, maar werd later lid van de Geheime Raad en bewaarder van de charters van Vlaanderen, die in het kasteel van Rupelmonde bewaard werden. In die laatste functie volgde hij Viglius op, wat aanduidt om welke belangrijke functie het ging. Vigilius, een Friese jurist, was immers hoofdvoorzitter geweest van de Geheime Raad en voorzitter van de Raad van State maar vooral ook privé-correspondent van Filips II om de vorst in te lichten over de toestand in de Nederlanden. Van Viglius is geweten dat hij een notoir tegenstander was van de invoering op 31 juli 1571 van de tiende penning op de jaarwinst van industrie- en handelskapitaal door Alva (1507-1582) die in 1567 landvoogd van de Nederlanden geworden was. Dit verzet werd hem trouwens door de landvoogd niet in dank afgenomen. 
De geloofsbrieven van Wynghene's aanstelling dateren van 10 december 1550. De in bezitstelling volgde op 27 april 1552. Uit het proces-verbaal blijkt dat hem de opdracht gegeven werd alle sleutels en sloten van het depot van de charters te vernieuwen.
In 1555 kreeg hij van de Geheime Raad de opdracht samen met enkele anderen een deel van de Vlaamse costuymen te herzien, meer bepaald deze van Gent en omstreken, van de feodale hoven van Kortrijk en Oudenaarde en van Ninove. Van Wynghene moet allicht in de genade van de gevreesde landvoogd gebleven zijn; want in 1569 belastte deze hem met het opmaken van een inventaris van het archief van Rupelmonde.
|