| | 
Een nauwkeurige omschrijving van alle vruchtbare akkers die in die tijd tot het hof van Lint behoorden wordt gegeven in het pachtcontract dat Hermes van Wynghene op 12 april 1570 sloot met zijn pachter Peter Verelst. Ze betrof drie stukken land gelegen op de "Weesenhage", het "heyblock" en het "pleckersgat, een blok land achter de grote schuur, de "bieseweyde" en een "block gelegen over de strate voere aen tpachthof, groot zijnde dry ende een halve dachwanden, waeraf deen syde commende van Gielken Raes tot aende groote eycke tegen over die grote poirte van denhove". "Den suythof" mocht slechts gedurende een beperkte periode gebruikt worden, het huis, de dam en het duivenhuis, de schuur, de rijstal en de houtstal aan de vijver waren strikt privé domein van de heer.
Het pachtgeld en de verschuldigde goederen in natura, zoals stro, tarwe, rogge, boter, eieren en slachtvee moesten te Brussel of Mechelen uitbetaald worden . Er werd ook bepaald dat wanneer de pachter met paard en kar in de steden graan geleverd had, Hermes van Wynghene deze wagen ter beschikking kreeg om eigen zaken naar Lint over te brengen.
Het kasteel was dus blijkbaar geen permanente woonplaats, maar eerder een buitenverblijf, wat eigenlijk logisch lijkt. Gezien de toenmalige transportmiddelen en de allicht drukke agenda van deze belangrijke lieden was een dagelijkse tocht heen en weer naar Mechelen of Brussel uitgesloten.
Met betrekking tot de eventuele herstellingen aan het neerhof, de schuur of de stal werd een specifieke regeling getroffen : de strobundels en de maaltijden voor de "deckere" en de "pleckere" zouden de pachters leveren, maar de daguren waren voor rekening van de heer.
| |