De heren van Linth, leenmannen van de Berthouts (XIIe - XIIIe eeuw)
De eerste vermeldingen van het Lintkasteel (XIVe en XVe eeuw)
De bloeiperiode (XVe - XVIIe eeuw)
De tweede helft van de XVIIIe eeuw
De heropbloei in de XXe eeuw
Het Lintkasteel De eigenaars en leenheren van het Lintkasteel Een poging tot datering Het Lintkasteel nu Bijlagen en Bibliografie
 
Hermes van Wynghene overleed op 3 maart 1574. Zijn zoon Jan van Wynghene volgde hem op als heer van Lint. SAB., Chartes privées, zonder signatuur: Grimbergen, certificaat voor mester Jan van Wingene, heer van Lint, (6 augustus 1584.) - ARB., S.B., 3493: Manuael vanden leenhove van Grimbergen, (december 1586 en januari 1587).
Bekend is dat in 1577 door de pastoor van Beigem in de kapel van de H.. Drievuldigheid van het Lintkasteel het huwelijk ingezegend werd van Nicolaas Leemans met Anna Bruylandts, beide uit oude Grimbergse pachterfamilies, die vermoedelijk reeds van de vijftiende eeuw op het Hof te Lint woonden. In de oudste lijst van jaargetijden van het parochieregister, geschreven rond 1577, wordt vermeld dat Bate (Elisabeth) Bruylant, vermoedelijk een zuster van Anna vier stuivers betaalde voor het zondagsgebed en jaargetijde voor Johannes Bruylant, haar vader waarschijnlijk de vorige pachter van Lint, Delestré, o.c., Dl. II, 107. De pastoor van Grimbergen had daartoe toestemming gegeven omdat in het dorp de pest heerste. Dit is een vermeldenswaard feit omdat nergens in de parochieregisters enig doopsel, huwelijk of overlijden vermeld staat van de eigenaars van het Lintkasteel. Dat doet opnieuw vermoeden dat het Lintkasteel zelden als vaste verblijfplaats door de eigenaars gebruikt werd.

In 1593 liet Jan van Wynghene een inventaris opmaken van de bezittingen van zijn pachter Jan Leemans, die ook pachter was van de Poddegemhoeve en heel wat eigen grond bezat rondom Lint en Poddegem Delestré, o.c., DL. II, 94-95 Hieruit blijkt dat de hofstee in die tijd wellicht vrij klein was, althans in de boedellijst worden alleen maar voorwerpen opgesomd uit de keuken en uit een kamertje daarnaast waar de bedstee stond, andere kamers zijn niet vermeld. De veestapel was minder bescheiden: één os, negen koeien en vijftien varkens, waaronder een zeug met acht biggen. ARB., S.B., 3678: Procuratie tot goedenissen hooftbanck, (15 november 1593)

 
Het Lintkasteel, stille getuige van vele eeuwen geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Niets van deze site mag gecopieerd of herbruikt worden zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eigenaar van deze site.
 
Naar vorig hoofdstuk Naar vorige pagina Naar volgende pagina Naar volgend hoofdstuk