| | 
De eerste graaf van Bergen
In het begin van de 17e eeuw was de rust in het land en in Grimbergen teruggekeerd. Filips II had de XVII Provincies op 18 mei 1598 via de Akte van Afstand aan zijn dochter Infante Isabella geschonken, die ze bij haar huwelijk met aartshertog Albrecht, toenmalig landvoogd van de Nederlanden, als bruidschat meebracht.
Baron Jacques van Glymes behoorde tot de vertegenwoordigers van de hoge adel die in 1606 de Aartshertogen Albrecht en Isabella tijdens hun Blijde Inkomst in Brussel verwelkomden. De toenmalige heer van Grimbergen was dus ongetwijfeld één van de meest vooraanstaande edelen van zijn tijd. Jacques van Glymes, die de voorkeur gaf aan de naam van Bergen, moet ook een vrijgevig en edelmoedig man geweest zijn. Bekend is althans dat hij in de Universiteit van Leuven studiebeurzen stichtte voor wijsbegeerte, godgeleerdheid en recht.
Omdat het huwelijk van de aartshertogen Albrecht en Isabella kinderloos bleef, kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer onder het gezag van de Spaanse vorsten. De vrede van Munster (1648) erkende de onafhankelijkheid van de Verenigde Provincies.
Godfried van Bergen, opvolger en neef van Jacques van Glymes, werd kapitein van de kurassiers en ontving van Filips IV (1621-1665) de baanderij van Grimbergen als gift waaraan de titel van graaf gehecht werd. Godfried werd zo de eerste graaf van Grimbergen. Dit betekent dat de familie van Bergen, waarvan sommige leden de partij van Oranje hadden gekozen, zich intussen aan het gezag van Filips IV van Spanje onderworpen hadden.
| |