De heren van Linth, leenmannen van de Berthouts (XIIe - XIIIe eeuw)
De eerste vermeldingen van het Lintkasteel (XIVe en XVe eeuw)
De bloeiperiode (XVe - XVIIe eeuw)
De tweede helft van de XVIIIe eeuw
De heropbloei in de XXe eeuw
Het Lintkasteel De eigenaars en leenheren van het Lintkasteel Een poging tot datering Het Lintkasteel nu Bijlagen en Bibliografie
 
Philips van Boisshot

In het begin van de zeventiende eeuw was Anna van Wynghene de nieuwe meesteres geworden van Lint. Bij haar dood liet ze het domein na aan haar echtgenoot Filips van Boisschot, drossaart van Grimbergen, algemeen toezichter in het koningshuis en provoost-generaal van de Nederlanden. De provoost-generaal was zowat de hoogste politionele functie van het rijk. Provoosten net als schouts en baljuws waren een soort van parketmagistraten, die bevoegd waren voor de opsporing en vervolging van misdrijven. Ten tijde van Filips van Boisschot was dit waarschijnlijk vooral een ere-ambtelijke functie geworden, zonder reële bevoegdheden.

Op 23 juli 1627 stelde Filips van Boisshot het domein ter beschikking van zijn kinderen. Godefroid, Catharina, Anne, Fernandine, Marie-Anne en Antoinette. ARB., S.B, 3761: Register der leenen du Comte de Nassau, (23 juli 1627), fol. 22 Maar toen hij in 1630 het plan opvatte voor zijn zoon Godfried de heerlijkheid van Bijgaarden aan te kopen, besloot hij o.m. het Lintkasteel met zijn pachthof, vijvers, boomgaard, akkers, weilanden en beplantingen te verkopen. Het was toen 60 bunders groot of 80 ha. 37 a. ARB, A.F. de Boisschot, 8: Octrooi voor Philips de Boisschot, (11 mei 1630).
Maar het Lintkasteel werd uiteindelijk pas in 1634 na de dood van Filips van Boisschot door zijn kinderen officieel te koop gesteld.
Het wordt als volgt omschreven: " Indien eersten een schoon casteel oft ridderlijck gelege, geheeten thuijs en de hof Lint, met een capelle castrale, gefondeert op drij missen ter weken met schoone afflaten, ende alle anderen sijne toebehoirten, mette bruggen soo optreckende als andere, ende rontsomme schone grachten van levende water ende vijver daer aen gelegen; metten nederhove, huijsen, scheuren, stallen, duijhuijse ende andere edifitiën daerop staende , mitsgaders den dam ter zyden met snoeckgrachten ende savoiren daerinne wesende, ende eene plaetse geheeten den suijthof comende achter om de voorscreven goede , beijde beplant met seer schoone opgaende boomen, so eijken, polieren als andere bij forme van warande... ARB., S.B. 3706: Conditien van vercoop, (1634). - ARB., S.B., 3621: Goedenis leenhof R., (9 maart 1638), fol. 271.
De opmetingskaart die dit contract illustreerde, bleef bewaard en is de oudste iconografische bron van het kasteel. (afbeelding 9)
  Afbeelding 9

 
Het Lintkasteel, stille getuige van vele eeuwen geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Niets van deze site mag gecopieerd of herbruikt worden zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eigenaar van deze site.
 
Naar vorig hoofdstuk Naar vorige pagina Naar volgende pagina Naar volgend hoofdstuk